Heden ten dage komt Afghanistan veel voor in het wereldnieuws. Ook de Nederlandse media besteden veel aandacht aan de situatie in het land. Plaatsnamen als Kabul, Bagram, Kandahar, Helmand, Uruzgan en Kunduz zullen veel Nederlanders dan ook bekend voorkomen. Als onderdeel van de internationale gemeenschap was Nederland sinds 2002 bezig met de wederopbouw en de opbouw van de democratische rechtsstaat en de strijd tegen het terrorisme in Afghanistan. Duizenden militairen onder NAVO commando strijden in de ISAF (International Security Assistance Force) in Afghanistan tegen de Taliban en Al Qaeda. De situatie is kritiek en onstabiel, vooral in de zuidelijke provincies (in het grensgebied met Pakistan). De PRT's (Provincial Reconstruction Teams), die bestaan uit ISAF militairen, worden meer en meer betrokken bij gevechten met de Taliban. Sinds 2002 zijn er duizenden Afghaanse burgers en honderden NAVO-militairen omgekomen in dit conflict.
De jaren 2008 tot 2010 waren een zware tijd voor buitenlandse troepen in Afghanistan. Volgens Afghaanse bronnen (www.ariaye.com/akhbar.html) zijn vanaf 1 januari tot met 31 december 2010 tijdens gevechten, terreuraanslagen en militaire operaties 2.421 Afghaanse burgers omgekomen en meer dan 3.270 burgers gewond geraakt. Met andere woorden: in 2010 zijn elke dag tussen de 6 en 7 niet-militairen gedood en tussen de 8 en 9 burgers gewond geraakt. Bermbomen hebben alleen al 693 burgers om het leven gebracht en meer dan 1.800 niet-militairen zijn daardoor gewond geraakt en invalide geworden.
Van de 1.800 burgerslachtoffers zijn meer dan 400 mensen door de Talibanse paramilitairen direct gedood. 237 burgers zijn door zelfmoordaanslagen omgekomen, 217 burgers zijn omgekomen ten gevolge van de NAVO-bombardementen en 192 Afghaanse burgers zijn door ISAF- kogels omgekomen. Zo schoten Nederlandse militairen in 2007 bij een veldslag om het dorp Chenartu in Uruzgan elf burgers neer, van wie er 4 meteen overleden.
Nederlanders schoten 11 Afghaanse dorpelingen neer ... lees meer >>
Tussen 2001 februari 2011 zijn in totaal 2.284 buitenlandse militairen omgekomen, waarvan 1.448 Amerikanen, 349 Engelsen en 24 Nederlanders.
Afghanistan is het op vijf na armste land ter wereld. Terrorisme en drugshandel vormen nog steeds een groot obstakel bij de wederopbouw van het land. De maatregelen van de internationale gemeenschap en de Afghaanse overheid tegen de papaverteelt en de drugshandel zijn mislukt. Afghanistan is nog steeds de grootste opiumproducent ter wereld. Ook worden etnische minderheden en vrouwen er nog steeds gediscrimineerd. Vanwege de onveilige situatie en de conservatieve denkbeelden mogen veel meisjes nog steeds niet naar school.
Met internationale hulp en door particuliere initiatieven is er een aantal wegen aangelegd en gebouwen gebouwd. Dat heeft geleid tot positieve gevolgen, vooral voor de handel. Er zijn honderden NGO's (non-gouvernementele organisaties) actief in Afghanistan. Elke NGO heeft zijn eigen personeel, eigen budget en eigen plannen voor de wederopbouw.
In de provincies en dorpen gaat het daarentegen nog steeds niet goed. Ongeveer 80 % van de bevolking woont op het platteland en produceert landbouw- en veeteeltproducten voor eigen gebruik en voor de handel. De werkloosheid in Afghanistan is erg hoog. Daarnaast is er nog steeds een tekort aan schoolgebouwen, leerkrachten en lesmateriaal. In het zuiden zijn er veel scholen in brand gestoken door de Taliban, maar ook in het noorden en in de hoofdstad Kabul zijn er te weinig scholen.
De Afghaanse overheid is afhankelijk van internationale hulp en kan de salarissen van de ambtenaren en militairen nauwelijks betalen. Ze heeft tot nu toe geen duidelijke plannen en er zijn te weinig middelen voor armoedebestrijding, wederopbouw en veiligheid. Daarom zijn de resultaten van de wederopbouw na tien jaar, sinds de val van Taliban, nog nauwelijks zichtbaar. Veel vrouwen (vooral weduwen), jongeren en zelfs kinderen pakken allerlei soorten werk op om te overleven. Er zijn nieuwe productiebedrijven en fabrieken nodig om de vele werkloze jongeren zinvol werk te verschaffen.
Ondanks de vele beloften en toezeggingen van de internationale gemeenschap heeft de val van het Talibanregime niet de vrijheid gebracht waarop de Afghaanse vrouwen hoopten. Zo'n 50 % van de mannen en 85 % van de vrouwen in Afghanistan is nog steeds analfabeet. Meer dan 60% van de meisjes kan nog steeds niet naar school. Naast onderwijs en armoedebestrijding is de gezondheidszorg het grootste probleem van Afghanistan. Op 1000 pasgeboren kinderen sterven er 147. Circa 70% van de bevolking, met name kinderen, is ondervoed. Daarnaast heeft maar 13% van de bevolking toegang tot schoon drinkwater.
Kortom: naast de militaire operaties zou er zoveel mogelijk in onderwijs en gezondheidszorg geïnvesteerd moeten worden om de problemen in Afghanistan op te lossen. Als Afghaanse Nederlander waardeer ik de moedige Nederlandse militairen in Afghanistan, maar tegelijkertijd ben ik voorstander van nog effectievere, educatieve projecten voor Afghaanse kinderen en vrouwen.
In Afghanistan hebben wij een goed devies: "De toekomst behoort aan de jongeren". Om de projecten tot een succes te brengen zou het goed zijn als de internationale gemeenschap nog meer met de plaatselijke maatschappelijke organisaties, specialisten en intellectuelen (vooral vrouwelijke) gaat samenwerken. Tot nu toe is het samenwerkingnetwerk van de NGO's met locale Afghaanse maatschappelijke organisaties, en zelfs met de overheidsinstanties, niet hecht. Als Afghaanse kinderen nu goed worden opgevoed, kunnen ze in de toekomst zelfstandig de problemen oplossen in hun functie als bijvoorbeeld arts, leraar, architect, politieagent, officier, etc. Contacten met scholen en scholieren, studenten en vrouwenorganisaties uit Afghanistan en Nederland zijn hiervoor van groot belang. Op die manier kunnen de betrokken mensen en organisaties elkaar beter leren kennen. Er bestaat al zulk contact tussen Duitse en Afghaanse scholen en universiteiten, en het levert mooie resultaten op. Tot nu toe kennen de meeste Afghanen de andere Westerse landen, waaronder Nederland, alleen door de ISAF militairen en NGO's en dat zou moeten veranderen.
Met een betere aanpak van bovengenoemde problemen zal de wederopbouw in Afghanistan sneller kunnen plaatsvinden. Hieraan kunnen ook in Nederland woonachtige Afghanen bijdragen. Stichting Samenwerking Afghanistan- Nederland (SAN) stelt zichzelf ten doel de maatschappelijke organisaties en vakbonden in Afghanistan te ondersteunen. Er gebeurt veel in Afghanistan, echter belangenorganisaties zoals vakbonden, jongerenorganisaties en vrouwenverenigingen hebben tot nu toe geen actieve rol kunnen spelen in de wederopbouw gericht op sociale en economische verbeteringen in het land.
Met deze website wil ik de Nederlandse lezers kennis laten maken met de geschiedenis, cultuur en samenleving van Afghanistan en de Stichting Samenwerking - Afghanistan Nederland. Op onze website zijn veel foto's te zien van, met name, Afghaanse kinderen. De foto's zijn gemaakt tijdens zeer recente reizen in Afghanistan en tonen beelden van werkende kinderen, weeskinderen die niet naar school kunnen gaan en kinderen die van boeken en sport houden. Geschiedenis is een onderwerp dat mij persoonlijk erg interesseert; we kunnen ervan leren en het reikt bouwstenen aan voor de toekomst, dus begin ik mijn verhaal met een korte beschrijving van de historie van Afghanistan. Daarna kunt u lezen over de projecten van Stichting SAN en volgen er voorbeelden van gedichten van Afghaanse meiden.
Tot aan vrede, democratie, rechtstaat, beter onderwijs en gezondheidszorg in Afghanistan!

Dr. Khalil Wedad voorzitter en coördinator van stichting SAN
